Skip to content

Categories:

Kertesz

Kaddisj voor een niet geboren kind

De vraag die een collega hem stelt (of hij kinderen heeft) beantwoordt de hoofdpersoon met een duidelijk nee. Nee, hij kiest na Auschwitz niet voor kinderen. En zijn nee is de tegenhanger van Thomas Bernards monomane ‘Ja’. Wat volgt is een indrukwekkende, huiveringwekkende, tegendraadse monoloog over zijn oorlogsverleden (als jongen werd Imre Kertész verbannen naar Auschwitz en Buchenwald), over het bittere lot van een overlevende (in het na-oorlogse Hongarije), over het stuklopen van zijn eerste huwelijk (zijn vrouw wilde kinderen) en over zijn schrijverschap en het putten van scheppingskracht uit verdriet.

Hij moet erover schrijven alsof zijn pen een spade is, waarmee hij met de overledenen meegraaft aan het graf in de wolken. Hij is een voorganger in de synagoge, die in het Aramees de kaddisj zingt. Maar hij is ook een nabestaande die in de eenzaamheid van zijn kamer de kaddisj van de rouwenden reciteert. Zijn schrijven is ‘een muzikaal vlechtwerk, waarin een centraal, groot, alles wegvagend, enig thema onafgebroken rijpt en zich verdicht.’ En daarmee maakt zijn werk evenveel indruk als de kaddisj van Maurice Ravel.

(FB 20/4/2017)

Onbepaald door het lot

De Hongaarse schrijver Imre Kertész (1919-2016) ging als 15-jarige, joodse jongen naar de concentratiekampen Auschwitz en Buchenwald. Na zijn terugkeer probeerde hij zijn leven weer op te pakken als journalist, fabrieksarbeider, vertaler en tenslotte als schrijver. Zijn vrouw ging overdag werken en hij bleef achter in hun één-kamerappartement om te schrijven. Zijn eerste werk “Onbepaald door het lot’ gaat over zijn ervaringen in de Duitse concentratiekamen. Maar er wordt niet verwezen naar daders en onschuldigen. De ik-persoon neemt waar, beschrijft en legt vast. Hierdoor kom je heel dicht bij de verteller te staan. Bijzonder is dat niet de gruwelen beschreven worden, maar juist de zeldzame, kleine gelukservaringen. Kertész verwijst middels zijn hoofdpersoon naar de bevrijdende kracht van de verbeelding: ‘Ik weet dat er minstens drie manieren bestaan om aan een concentratiekamp te ontsnappen, want ik ken ze uit eigen ervaring of van horen zeggen. Wat mijzelf betreft: ik heb alleen gebruik gemaakt van de eerste en –toegegeven- simpelste manier. Ik ontdekte in het kamp dat een mens over een geestelijke kracht beschikt die hij altijd kan benutten en die niemand hem kan ontnemen: de verbeeldingskracht, die zelfs in gevangenschap vrij is.’ [FB 3/4/2016]

Verbeeldingskracht

De Hongaarse schrijver Imre Kertész (1919-2016) ging als 15-jarige, joodse jongen naar de concentratiekampen Auschwitz en Buchenwald. Na zijn terugkeer probeerde hij zijn leven weer op te pakken als journalist, fabrieksarbeider, vertaler en tenslotte als schrijver. Zijn vrouw ging overdag werken en hij bleef achter in hun één-kamerappartement om te schrijven. Zijn eerste werk “Onbepaald door het lot’ gaat over zijn ervaringen in de Duitse concentratiekamen. Maar er wordt niet verwezen naar daders en onschuldigen. De ik-persoon neemt waar, beschrijft en legt vast. Hierdoor kom je heel dicht bij de verteller te staan. Bijzonder is dat niet de gruwelen beschreven worden, maar juist de zeldzame, kleine gelukservaringen. Kertész verwijst middels zijn hoofdpersoon naar de bevrijdende kracht van de verbeelding: ‘Ik weet dat er minstens drie manieren bestaan om aan een concentratiekamp te ontsnappen, want ik ken ze uit eigen ervaring of van horen zeggen. Wat mijzelf betreft: ik heb alleen gebruik gemaakt van de eerste en –toegegeven- simpelste manier. Ik ontdekte in het kamp dat een mens over een geestelijke kracht beschikt die hij altijd kan benutten en die niemand hem kan ontnemen: de verbeeldingskracht, die zelfs in gevangenschap vrij is.’

(FB 3/4/2016)

In memoriam Imre Kertesz

‘Later krabbel ik wel weer overeind en kom ik deze ineenstorting te boven. Dan zal ik de standvastig klinkende stem volgen die me aanspoort achter de grijze nevel vandaan te komen en te leven, maar op dit moment sta ik onwetend en niet-begrijpend op de drempel tussen leven en dood.

Imre Kertész, ik, de ander

(FB 31/3/2016)

Het belang van de hoofdpersoon

Jean Mattern heeft met ‘De baden van Kiraly’ een knap boek geschreven. De auteur is ook redacteur bij Gallimard en met zijn literaire kennis en woordenschat zit het wel goed. De hoofdpersoon in ‘De baden van Kiraley’ heeft een ongelukkige jeugd gehad: zijn ouders wensen niet te praten over hun Roemeense afkomst en Joodse roots en zelfs de dood van hun dochter (zijn zus) wordt een verboden onderwerp. De hoofdpersoon is derhalve ook niet in staat om zijn emoties te uiten en dit leidt tot een breuk met zijn reeds zwangere vriendin.

Maar de vraag is: Waarom is dit boek geen klassieker? Het antwoord schuilt in mijn relatie als lezer tot de hoofdpersoon. Ik houd niet van de hoofdpersoon en dat is bij een literair werk een absolute voorwaarde. Ik begrijp de zwijgzaamheid van zijn ouders en de boosheid van zijn vriendin, maar ik heb geen enkel begrip of sympathie voor een man die lange brieven aan een vriend schrijft en maar weer eens gaat zwemmen als alles te moeilijk wordt.

Nee, lees dan de Japanse schrijver Kenzaburo Oë. Hij schrijft over een jonge man die zijn pasgeboren, gehandicapte kind aanvankelijk niet kan accepteren, maar uiteindelijk de keuze maakt om zijn lot te accepteren. Lees het werk ‘Het eigen lot’ en je weet hoe moeilijk en ook hoe verrijkend het kan zijn om ouder(s) te zijn van een kind.

Of lees het werk ‘Kaddisj voor een niet geboren kind’ van de Hongaarse schrijver Imre Kertész en je weet waarom je met een kampverleden in het leven de keuze kunt (en zelfs moet) maken om geen kinderen te nemen.

Met beide hoofdpersonen kun je meeleven, ze hebben zich staande weten te houden na een moeilijke periode, zijn uit hun ellende opgestaan, schrijven vanuit een innerlijke noodzaak en je leert al lezende om het leven vanuit hun standpunt te bekijken. Beide werken zijn klassiekers geworden. [FB 28/3/2016]