Skip to content

Categories:

Kipling

My Boy Jack

Kipling was als schrijver ook politiek actief en een nationalist. Zijn 18 jarige zoon Jack, die slechtziend was, werd echter keer op keer afgekeurd voor de militaire dienst, maar door de invloed van zijn vader uiteindelijk toegelaten om als luitenant te gaan strijden.

Hij was na hevige gevechten tijdens de Eerste Wereldorlog korte tijd (in september 1915) onvindbaar in Frankrijk tijdens de Battle of Loos. In deze periode schreef zijn vader het gedicht “My Boy Jack”(1915).

“Has any one else had word of him?”
Not this tide.
For what is sunk will hardly swim,
Not with this wind blowing, and this tide.

“Oh, dear, what comfort can I find?”
None this tide,
Nor any tide,
Except he did not shame his kind —
Not even with that wind blowing, and that tide.

Then hold your head up all the more,
This tide,
And every tide;
Because he was the son you bore,
And gave to that wind blowing and that tide! ”

Dit gedicht zou de naam worden van de gelijknamige film. Het is een minder bekende film, maar absoluut de moeite waard. Vooral door de invulling die Daniel Radcliffe geeft aan Jack.

Jack Kipling keerde niet terug en de film geeft niet alleen een indringend beeld van het verlies van een zoon aan oorlogsgeweld, maar ook van de wijze waarop een schrijver hiermee omgaat. Bijzonder vind ik vooral, dat benadrukt wordt, dat voor Kipling het vertellen van verhalen ook een manier is om zijn persoonlijk verlies een plaats te geven en te transformeren. Als hij na het verschrikkelijke bericht van de dood van zijn zoon een moment van rust vindt, maar hij en zijn vrouw niet kunnen slapen, vraagt hij haar: ‘Zal ik je een verhaal vertellen?’ Zij antwoordt bevestigend, want verhalen bieden afleiding en goede verhalen zelfs troost.

(FB 10/7/2016)

The Jungle Book

In 1894 verscheen ‘The Jungle Book’ met verhalen en gedichten van Rudyard Kipling. De verhalen gaan over dieren en de jungle. Drie verhalen gaan over Mowgli. Hij wordt als baby in de jungle gevonden en opgevoed door een roedel wolven, die hem als ‘wolvenkind’ opvoeden. Hij maakt veel avonturen mee met de zwarte panter Bagheera, de bruine beer Baloe, de slang Kaa en de slechte tijger Shere Khan.

Walt Disney verfilmde ‘The Jungle Book’ in 1967. Dit jaar verscheen voor het eerst een nieuwe animatiefilm, die nu als stereoscopische of 3D-film in de bioscoop is te zien. En hoewel de film spectaculair is deed hij mij af en toe terug verlangen naar de humor van de oude Disney-animatie.

Jammer is dat ook deze verfilming afwijkt van het oorspronkelijke boek. In het boek is de rol van de wolven veel belangrijker en gaat Mowgli uiteindelijk zelf terug naar de mensen. Maar voor wie de lianen in zijn gezicht wil voelen evenals de hete adem van Shere Khan is deze verfilming een echte aanrader.

Deze trailer laat goed het verschil zien tussen de eerste animatie en de nieuwste animatie.

(FB 9/7/2016)

Just so Stories

Rudyard Kipling (1865-1936) werd vooral bekend door zijn verhalen over de jongen Mowgli, die in de jungle opgevoed werd door dieren. ‘The Jungle Book’ verscheen in 1894 en kreeg een jaar later een vervolg: ‘The second Jungle book’.

Maar toch is dit niet mijn voorkeursboek van de schrijver. Mijn voorkeur gaat uit naar de verklarende verhalen. In het tweede jungle book komt hiervan al een eerste versie voor: ‘The story of how the tiger got his stripes’. Hij schreef dit verhaal en nog enkele andere verhalen voor zijn dochtertje Josephine (Effie), dat hem de waarom vragen stelde. Ze wilde ook niet dat haar vader de verhalen veranderde, maar ‘told, just so’.

Tijdens een reis in de winter van 1898-1899 naar New York werden vader en dochter ziek. Effie overleefde haar ziekbed niet. Haar vader had voor haar al drie bedverhaaltjes geschreven en zou dit later (ook als een soort aandenken) nog met 9 verhaaltjes aanvullen. De verhalen gaan voornamelijk over dieren en verklaren waarom een dier bepaalde eigenschappen heeft. Maar in hun eenvoud of juist hierdoor zijn ze briljant.

Bijzonder is dat Kipling de oorspronkelijke versie van de ‘Just so Stories’ zelf illustreerde. Ze werden gepubliceerd in 1902 onder de titel ‘Just so stories for little children’. Vijf jaar later ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur (1907) voor zijn opmerkelijke verteltalent.

(FB 9/7/2016)